Al wandelend bemerken we vrij snel dat er in de gemeente twee totaal
verschillende landschappen zijn. De drogere bossen gelegen op de stuifzandkoppen
wisselen af met waterrijke gebieden zoals de Leiemeersen of de vallei van de
Rosdambeek (Hoog-Latem). Hun fauna en flora zijn dan ook zeer verschillend.
Voor het ingrijpen van de mens groeiden op de droge, voedselarme gronden, zoals
de duinen, hoofdzakelijk berken, hazelaars en dennen. De moerassen waren
grotendeels ingenomen door wilgen- en elzenbroeken. Ook de Leie en de beken
genoten van een rijke vegetatie.
BOSSEN
Met de bevolkingstoename veranderden de bossen geleidelijk in akkers en
weiden. Langzamerhand werd de natuurlijke vegetatie aangetast. Reeds in de
bronsperiode kwam het oorspronkelijke bos op de duinen in het gedrang. De
hazelaars, berken en dennen maakten plaats voor akkers, die wegens de snelle
uitputting van de bodem gauw verlaten werden.
De vroege ontginningen van het bos en de overvloedige begrazing, samen met het
atlantisch klimaat en de zandige bodem, hebben op de duinen een heidevegetatie
in de hand gewerkt. In het begin van de 16e eeuw werd deze heide bebost.
De bossen van Sint-Martens-Latem
Vandaag vinden wij in deze bossen hoofdzakelijk beuken, Amerikaanse eiken,
zomereiken en dennen, naast en boven de Amerikaanse vogelkers, de lijsterbes, de
tamme kastanje, de gewone esdoorn, de berk en de hulst. Door het dichte
bladerdek kan slechts weinig zonlicht de bodem bereiken. De kruiden bloeien er
dan ook vroeg in het voorjaar. Op de grazige laren (open plaats in het bos)
vindt men echter de hele zomer door typische zandplanten zoals Sint-janskruid,
grasklokje, zandblauwtje, muizeoortje, vogelpootje, struikheiden en
schapezuring.
Onze bossen bieden een uitstekend leefmilieu voor vele dieren. Vele vogels,
zoals mezen en vinken, hoort men er regelmatig zingen in het voorjaar. Ook de
zwartkop, de bostortel en zelfs de wielewaal kan men er beluisteren. De bonte en
de groene specht zijn dan volop in de weer met het uithakken van het nesthol en
de vlaamse gaaien verdedigen luidruchtig hun territorium. De wandelaars die 's
morgens vroeg of 's avonds laat op pad zijn, kunnen wel eens een bosuil of een
ransuil zien. Ook eekhoorntjes (terug!), konijntjes en vleermuizen zijn dan nog
van de partij.
Op zonnige zomerdagen zijn op de bloemrijke wegbermen nog vlinders te
bewonderen, zoals de dagpauwoog, de atalanta en het vuurvlindertje. 's Avonds
jaagt de groene glazenmaker als een prachtig gekleurde reuzenlibel de muggen
achterna.
In de winter zie je soms de boomklever, die moeiteloos de bomen op en af
klautert. De sperwer jaagt rond die tijd door de bomen en slaat links of rechts
een spreeuw of een houtduif.
WATERRIJKE GEBIEDEN
De Leiemeersen
In de Leiemeersen komen hoofdzakelijk waterminnende dieren en planten voor.
Er is nog weelde.
De plantenrijkdom van de weiden hangt in belangrijke mate af van de ingreep van
de mens. Op enkele sterk bemeste en begraasde weiden groeien slechts engels
raaigras, zachte witbol, timotheegras, grote weegbree en het madeliefje. De
lager gelegen, vochtige percelen worden veelal afgemaaid alvorens ze door het
vee begraasd worden. Deze maaiweiden staan er in de lente kleurig bij.
De Leiemeersen
Op de vochtige kleiplekken straalt in april de dotterbloem tegen een
donkergroene achtergrond en met de meimaand is het hele gebied een bleek lila
tapijt van pinksterbloemen. Half mei bloeit het reukgras bruinachtig en enkele
weken later domineert de botergele weelde van de kruipende en egelboterbloem,
doorspekt met enkele rozerode koekoeksbloemen.
Begin juli bloeien vele grassen zoals de zachte witbol, de geknikte vossestaart,
het mannagras. Rond die periode worden ook de oevers van de beken en sloten
kleurrijker. De roomkleurige pluimen van de moerasspirea, de gele kroontjes van
de moerasrolklaver, het tere wit van het moeraswalstro en het hoog bloeiende
valeriaan lokken vele insecten.
Tussen deze hoge kruiden en in de sloten treft men de meeste dieren aan.
De blauwe reigers uit de broedkolonie van Ooidonck (de grootste van België) zijn
er regelmatig op bezoek. Ze houden er jacht op groene kikkers, slakken, kevers
en stekelbaarsjes.
Ook de wilde eenden en de waterhoentjes vinden we langs de waterkanten en 's
winters zitten grote groepen kokmeeuwen en kieviten op de weiden.
Rond de knotwilgen, die als welkome afwisseling in het vlakke meerslandschap
opduiken, houden zich ook heel wat dieren op. De wezel of de bunzing heeft zijn
hol tussen de wortels van die oude knoesten en wilde eenden en steenuiltjes
broeden boven in de knot. De takken vormen een beschutting voor vinken en
lijsters die de winter in de meersen doorbrengen.
In de populieren zie je algauw de eksters tuimelen en met een beetje geluk kan
je ook een buizerd of een torenvalk bespieden die zelf zit te loeren op een
onbedachtzaam muisje.
In de lente en de herfst zijn er vele trekvogels uit het noorden, de meeste
echter als passanten die de zuidwestelijke richting van de Leie of de Rosdambeek
volgen. Zo kunnen we in oktober de grauwe ganzen, de veldleeuweriken of de
vinken in grote troepen zien overvliegen. Ook de zeldzamere vogels zoals de
ooievaar, de kiekendief en allerlei zangvogeltjes kan men op een gunstige
trekdag waarnemen.
Wanneer u nog meer informatie wenst omtrent de Latemse Meersen, kan volgende
website daarbij helpen:
www.vlm.be/SiteCollectionDocuments/Natuurinrichting/Latemse_Meersen/krant01.pdf
Overige informatie: Latemse kern van Natuurpuntgent, tel. 09 282 03 51(Tom
Embo) of e-mail:
www.natuurpuntgent.be
De Westerplas
Buiten de bekende wandel- en fietsroutes bevindt zich ten zuiden van de
Kortrijksesteenweg de zogenaamde Westerplas. Dit overstromingsgebied met een
oppervlak van 5 ha en een buffervolume van 36.000 m³, is in 2006 aangelegd in
het kader van de waterbeheersing. Het heeft echter ook belangrijke troeven op
het vlak van natuurontwikkeling. De combinatie van slikken, zeer natte
graslanden en permanent water is aantrekkelijk voor tal van aan water gebonden
plant- en diersoorten. Vooral trekvogels zijn de meest opvallende bezoekers.

Porseleinhoen in De Westerplas (foto Yves Adams)
De toegang tot het natuurgebied bevindt zich aan het eind van de Albijn Van
den Abeelelaan.
Alles over de Westerplas vindt u op
www.natuurpuntgent.be/westerplas.php
REGLEMENT OPENBARE VISSERIJ 2009
Raadpleeg voor de volledige wetgeving en informatie inzake vissen in
openbare wateren de website van het Agentschap voor Natuur en Bos:
www.natuurenbos.be
Voor contact en informatie:
Gouvernementstraat 1
9000 Gent
09/267 84 48
pvc@oost-vlaanderen.be